Introductie tot de ontwikkeling van webtoepassingen
In dit document worden de basisfuncties van NetBeans IDE 5.5 besproken voor het ontwikkelen van webtoepassingen. Dit document is ontworpen om u zo snel mogelijk op weg te helpen. Zie de pagina Support and Docs op de NetBeans-website voor meer informatie over het werken met NetBeans IDE.
U maakt een eenvoudige webtoepassing, die u inzet en uitvoert. De toepassing gebruikt een JavaServer Pages™-pagina, die u vraagt uw naam in te voeren. De toepassing gebruikt vervolgens een JavaBeans™-component om de naam tijdens de HTTP-sessie te behouden, en herhaalt de naam op een andere JavaServer Pages-pagina.
Een webtoepassingsproject opzetten
Voordat u code begint te schrijven, moet u ervoor zorgen dat u alle benodigde software hebt en dat uw project correct is opgezet.
De software installeren
Voordat u begint, moet u de volgende software op uw computer installeren:
Java Standard Development Kit (JDK™) versie 5.0 of versie 6.0 (download)
U kunt ook de SJS-toepassingsserver (Sun Java System) (download), JBoss of WebLogic downloaden en gebruiken. De Tomcat-webserver die met de IDE is gebundeld, biedt echter alle vereiste ondersteuning voor 'two-tier' webtoepassingen zoals de toepassing die in deze gids wordt beschreven. Een toepassingsserver (zoals de SJS-toepassingsserver, JBoss of WebLogic) is alleen vereist wanneer u bedrijfstoepassingen wilt ontwikkelen.
De server bij de IDE registreren
De gebundelde Tomcat-webserver wordt automatisch bij de IDE geregistreerd. Vóór inzet in de SJS-toepassingsserver, JBoss of WebLogic moet u een lokaal exemplaar bij de IDE registreren. Als u de bundel NetBeans IDE 5.5/SJS-toepassingsserver hebt geïnstalleerd, wordt er automatisch een lokaal exemplaar van de SJS-toepassingsserver geregistreerd. Voer anders de volgende stappen uit:
Kies Tools > Server Manager in het hoofdvenster.
Klik op 'Add Server'. Selecteer het servertype en geef het exemplaar een naam. Klik vervolgens op 'Next'.
Specificeer de serverinformatie, de locatie van het lokale exemplaar van de toepassingsserver, en het domein waar u het wilt inzetten.
Een nieuw webtoepassingsproject maken
Kies File > New Project. Selecteer 'Web' onder 'Categories'. Selecteer 'Web Application' onder 'Projects' en klik op 'Next'.
Typ HelloWeb onder 'Project Name'. Het contextpad is /HelloWeb.
Wijzig de projectlocatie naar een willekeurige map op uw computer. Er wordt voortaan naar deze map verwezen met $PROJECTHOME.
Selecteer de aanbevelingen voor uw bronstructuur, wat puur persoonlijke voorkeur is:
Selecteer de server waarop u uw toepassing wilt inzetten. Er worden alleen servers weergegeven die bij de IDE zijn geregistreerd.
Laat het vakje Set as Main Project geselecteerd. Klik op 'Finish'.
De IDE maakt de projectmap $PROJECTHOME/HelloWeb. De projectmap bevat al uw bronnen en projectmetagegevens, zoals het Ant-bouwscript van het project. Het HelloWeb-project wordt in de IDE geopend. U kunt zijn logische structuur in het venster Projects bekijken en zijn bestandsstructuur in het venster Files.
Bronbestanden voor webtoepassingen maken en bewerken
Het maken en bewerken van bronbestanden is de belangrijkste functie van de IDE. Daar besteedt u tenslotte de meeste tijd aan. De IDE biedt een breed scala aan gereedschappen die de persoonlijke stijl van iedere ontwikkelaar kunnen aanvullen, of u nu alles handmatig wilt coderen of de IDE grote stukken code voor u wilt laten genereren.
Een Java-pakket en een Java-bronbestand maken
Vouw het knooppunt Source Packages uit. Dit knooppunt bevat alleen een leeg, standaard pakketknooppunt.
Rechtsklik op het knooppunt Source Packages en kies New > Java Class. Typ NameHandler in het tekstvak Class Name en typ org.me.hello in de vervolgkeuzelijst Package. Klik op 'Finish'.
In de Source Editor declareert u een veld door de volgende regel direct onder de klassedeclaratie te typen:
String name;
Voeg de volgende regel toe in de nameHandler()-methode:
name = null;
Getter- en setter-methoden genereren
Rechtsklik op het woord name in de velddeclaratie aan het begin van de klasse en kies Refactor > Encapsulate Fields. Klik op 'Next' om de opdracht met zijn standaardopties uit te voeren.
Klik op 'Do Refactoring'. Er worden getter- en setter-methoden gegenereerd voor het veld name, en zijn toegangsniveau wordt naar privé gewijzigd. De Java-klasse moet er nu als volgt uitzien:
package org.me.hello;
/**
*
* @author Administrator
*/
public class NameHandler {
private String name;
/** Creates a new instance of NameHandler */
public NameHandler() {
setName(null);
}
public String getName() {
return name;
}
public void setName(String name) {
this.name = name;
}
}
Het standaard JavaServer Pages-bestand bewerken
Vouw het projectknooppunt HelloWeb en het knooppunt Web Pages uit. De IDE heeft een standaard JavaServer Pages-bestand, index.jsp, voor u gemaakt. Wanneer u het project maakt, opent de IDE het bestand index.jsp in de Source Editor.
Selecteer de tab index.jsp in de Source Editor. Het bestand index.jsp heeft nu de focus in de Source Editor.
In het palet aan de rechterkant van de Source Editor vouwt u 'HTML Forms' uit en sleept u een Form-item onder de <h1>-tags in de Source Editor. Het dialoogvenster Insert Form verschijnt:
Stel de volgende waarden in:
Handeling: response.jsp
Methode: GET
Naam: Name Input Form
Klik op OK. Het formulier wordt aan het bestand index.jsp toegevoegd.
Sleep een Text Input-item vlak vóór de </form>-tag.
Stel de volgende waarden in:
Naam: name
Type: text
Klik op OK. De tekstinvoer wordt tussen de <form>-tags toegevoegd.
Sleep een Button-item vlak vóór de </form>-tag.
Stel de volgende waarden in:
Label: OK
Type: submit
Klik op OK. De knop wordt tussen de <form>-tags toegevoegd.
Typ Enter your name: vóór de <input>-tag en wijzig de tekst tussen de <h1>-tags naar Entry Form.
De tags tussen de <body>-tags zien er nu als volgt uit:
<h1>Entry Form</h1><form name="Name Input Form" action="response.jsp" method="GET">
Enter your name: <input type="text" name="name" value="" />
<input type="submit" value="OK" /></form>
Een JavaServer Pages-bestand maken
Vouw het projectknooppunt HelloWeb en het knooppunt Web Pages uit.
Rechtsklik op het knooppunt Web Pages en kies New > JSP. Geef het JavaServer Pages-bestand de naam response en klik op 'Finish'.
Het nieuwe bestand response.jsp wordt in de Source Editor geopend.
In het palet aan de rechterkant van de Source Editor vouwt u 'JSP' uit en sleept u een Use Bean-item vlak onder de <body>-tag in de Source Editor.
Stel de volgende waarden in:
ID: mybean
Klasse: org.me.hello.NameHandler
Bereik: session
Klik op OK. De 'Use Bean' wordt onder de <body>-tag toegevoegd.
Voeg een Get Bean Property-item en een Set Bean Property-item vanuit het palet toe. Wijzig de code dan zodat de tags tussen de <body>-tags er als volgt uitzien:
De IDE gebruikt een Ant-bouwscript om uw webtoepassingen te bouwen en uit te voeren. De IDE genereert het bouwscript op basis van de opties die u in de wizard New Project en het dialoogvenster Project Properties van het project invoert.
Kies Run > Run Main Project (F6) in het menu Run.
De IDE bouwt de webtoepassing en zet deze in met behulp van de server die u hebt gespecificeerd toen u het project maakte.
Typ uw naam in het tekstvak op uw ingezette index.jsp-pagina:
Klik op OK. De response.jsp-pagina moet nu openen en u begroeten:
Als u opmerkingen en suggesties wilt sturen, ondersteuning wilt verkrijgen en op de hoogte wilt blijven van de nieuwste ontwikkelingen van de NetBeans IDE Java EE-ontwikkelingsfuncties, meldt u u aan bij de mailinglist Zie http://j2ee.netbeans.org/ voor meer informatie over toekomstige Java EE-ontwikkelingsfuncties in NetBeans IDE.